Financiering POH-GGZ

 
Financiering POH-GGZ
In 2016 heeft de NZa het mogelijk gemaakt om één fte POH-GGZ per praktijk in te zetten. Maar extra financiering kwam er niet. Daarop is geadviseerd terughoudend te zijn bij de groei van inzet van de POH-GGZ. Immers, als het budgettair kader huisartsenzorg wordt overschreden, kan de minister de overschrijding terughalen bij de huisarts. Wat is de laatste stand van zaken?

De minister heeft voor 2016 laten weten dat als het huisartsenbudget wordt overschreven en dat aantoonbaar wordt veroorzaakt door uitgaven met betrekking tot de POH-GGZ, er geen terugvordering zal plaatsvinden. Dat is een mooie toezegging. Maar hoe staat het nu met de cijfers? Helaas is daar nog geen antwoord op, omdat de verwerking van declaraties over het eerste kwartaal 2016 nog niet is afgerond.

Ieder kwartaal worden de cijfers besproken. Dat waren recentelijk de cijfers tot en met het vierde kwartaal van 2015. Die laten al een flinke stijging van de kostenpost POH-GGZ zien ten opzichte van 2014 – hoger dan er aan het budget was toegevoegd – maar op totaalniveau wordt het huisartsenbudget niet overschreden.
Naast het huisartsenbudget is er een apart budget voor multidisciplinaire zorg. Dat is in 2015 naar verwachting wel overschreden. De minister ziet echter nog geen aanleiding te schuiven met budgetten.

De garantie voor 2016 is nog niet gegeven voor 2017. Er kan nu dus niet gezegd worden dat er zomaar uitgebreid kan worden. Daarnaast is er een andere ontwikkeling die we moeten afwachten. In de Tweede Kamer is gesproken over de problemen bij de GGZ, die uit de LHV-enquête naar voren zijn gekomen. De minister heeft in haar brief van 28 juni aangekondigd dat onder meer de achtergrond van de POH-GGZ, diens werkwijze en het verwijs- en terugverwijspatroon onderzocht gaan worden. Wat dit concreet gaat betekenen is op dit moment niet helder, evenmin wat de consequenties voor financiering zullen zijn.
 

Het kringbestuur en de LHV volgen de ontwikkelingen nauwlettend.

(Auteur: Mark Pul)