Vrije artsenkeuze

 
 
Vrije artsenkeuze
In dit dossier vindt u informatie over vrije artsenkeuze.

Voorlegger vrije artsenkeuze t.b.v. LHV LR d.d. 25.06.2013


Samenvatting gevolgen artikel 13 wijziging

NRC Handelsblad 17 mei 2013, De vrije artsenkeuze moet blijven bestaan

Het lek moet dicht! Weg met de vrije artsenkeuze.

"Het lek moet dicht!" Dezedaadkrachtige uitspraak noteerde NRC Handelsblad van minister Schippers in een interview van 30 maart jl.1 Over welk lek had ze het? Het ging over het recht als patiënt je eigen arts te mogen kiezen. Dat vormt een 'lek' in de kostenbeheersing van de zorg, aldus de minister. In haar visie is de financiële solidariteit met de kwetsbaren (zieken en minderdraagkrachtigen) in onze maatschappij dusdanig verminderd dat het gerechtvaardigd is in te grijpen in een basisrecht: de vrije artsenkeuze. De nieuwe regisseurs van de zorg, de verzekeraars,zijn beter in de selectie en kunnen bij gedwongen winkelnering scherpere contracten afsluiten, aldus de minister. Hun keuze dient daarom gevolgd te worden. Komende maand zal ze met antwoorden komen op vragen over dit onderwerp uit de tweede kamer envervolgens doorpakken met de reeds ingediende, benodigdewetswijziging2.

In 2006 is door invoering van de Zorgverzekeringswethet oude, elitaire stelsel van ziekenfonds- en particulier verzekerden vervangen. Naast effectievere kostenbeheersing door verlegging van de regisseursrol van overheid naar de verzekeraars was er een ander belangrijk argument. Voor de keuzevrijheid van de individuele verzekerde zou het geen verschil meer mogen maken hoe die verzekerd was, aldus de Raad van State destijds. Sinds de doorvoering van de wet is iedere Nederlander verplicht een basispakket-zorgverzekering af te sluiten. Het Rijk beslist jaarlijks over de inhoud. Zo kan de waan van de dag niet van invloed zijn op wat de maatschappij, de norm voor minimaal verzekerde zorg vindt, ongeacht iemands portemonnee of ziekten. In de wet is ook vastgelegd dat zorgverzekeraars geen mensen mogen weigeren voor een basispakket-zorgverzekering en geen hogere premie kunnen vragen aan mensen die meer kosten veroorzaken, zoals chronisch zieken. Deze solidariteit is een groot goed voor een geciviliseerde maatschappij die claimt volgens fatsoenlijke, morele waarden te werken.

Zorgverzekeraars kunnen het basiszorgpakket als natura- of restitutiepolis aanbieden. De goedkopere natura verzekering biedt concrete, gecontracteerde zorg. Bij de duurdere restitutieverzekering worden alle zorgkosten achteraf vergoed. Om de vrijheid van artsenkeuze bij natura verzekerden te garanderen krijgen zij bij bezoek aan een niet-gecontracteerde arts toch 80% van de kosten terug. Dit maakt dat persoonlijke financiën, geen hinderpaal kunnen vormen voor de artsenkeuze. Dit principe is in 2006 met opzet in de nieuweZorgverzekeringswet opgenomen en recent nog bekrachtigd door het gerechtshof van 's-Hertogenbosch3. De minister gaat 2 maatregelen nemen om het 'lek' te dichten.Ten eerste wordt de Zorgverzekeringswetdusdanig veranderd datverzekeraars, voor niet-gecontracteerde artsen,niets meer hoeven te vergoedenwaardoor voor de meeste mensen het bezoeken van een niet-gecontracteerd arts geen optie meer is(2. Ten tweede wordt de restitutiepolis onder de reikwijdte van de zorgverzekeringswetweggehaald4.Hiermee vervallen acceptatieplicht en premiegelijkheid voor deze verzekeringsvorm. Dit betekent feitelijk het einde van deontsnappingsmogelijkheid naar de restitutieverzekering voor kwetsbare natura basisverzekerden. Deze worden dan immers onderhavig aan de welwillendheid en aanvullende voorwaarden van de zorgverzekeraars die volgens risicocalculatie werken.

Naast het principiële standpunt over vrije artsenkeuze valt inhoudelijk ook voldoende op te merken. Het is twijfelachtig of verzekeraars beter artsen kunnen selecteren dan patiëntenmet de huidige als matig beoordeelde prestatie-indicatoren5. Bovendiendevalueertde rol van de geëmancipeerde patiënt(cliënt) met de zorgverzekeraar als adviseurtot een lijdzaam volger van zijn dictaat. Dit is compleet tegengesteld aan de tijdsgeest met de patiënt in de lead. Verder zal de zorgverzekeraar mindergemotiveerd worden innovatieve zorgverleners te incorporeren door patiënten initiatief. Dit is risicovol. Tenslotte is het argument dat matige zorgverleners op deze manier geweerd kunnen wordeneen verkeerdmiddel.Voor eenminimaal percentage probleem zorgverleners, iedereen het recht op vrije artsenkeuze te ontnemenis een buitengewoon disproportionele en gemakzuchtige maatregel. Hiervoor zijn bovendien voldoende andere oplossingen te bedenken.

Met het afschaffen van de vrije artsenkeuzebegeven we ons als maatschappij op een hellend vlak. De laagst mogelijke premie wordt een doel op zich, in plaats van een randvoorwaarde bij goede, voor iedereen gelijk toegankelijke basiszorg. In dit perspectief van laagst mogelijke premiekan de prijs nog verderzakkendoor de inhoud van het basispakket te halveren. Tochgebeurt dat nietomdat wij als maatschappij, via onze volksvertegenwoordigers, de inhoud en rechten op minimale zorg bepalen. Hier hoort volgens verscheidene belanghebbenden als patiënten groeperingen en huisartsen ook het recht op vrije artsenkeuze bij. Hopelijk houden de Kamerfracties vast aan de humanitaire basisprincipes, juist voor het kwetsbare deel van de samenleving en maken zijn de komende debatten de minister duidelijk dat dit echt een brug te ver is.

Han Mulder, Huisarts

 

Bronnen:

  1. Interview Edith Schippers, NRC, 30-3-2013, pg20-Z&Z.
  2. Aanhangige wetsvoorstellen EK enTK33362 en Kamerstuk 33362 nr. 5 verslag.
  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch, HD 200.103.349
  4. Antwoorden op Kamervragen (6-3-2013), 105561-100927-Z
  5. Indicatoren voor kwaliteit in de zorg, Algemene Rekenkamer, 28-3-2013(33585)